Er kan een moment komen waarop je merkt: zo wil of kan ik niet verder. Misschien herken je dat. Misschien weet je het eigenlijk al veel langer.
Je bent misschien vooral moe. Van alles wat er speelt. Van altijd maar doorgaan. Van alles wat er voortdurend door je hoofd gaat. En ergens onderweg ga je zoeken.
Waarom voel ik me zo? Waarom doe ik dit steeds? Waarom reageer ik zo? Waarom kom ik hier niet uit?
En voor je het weet kom je in een wereld terecht van trauma, codependentie, hechting, narcisme, ADHD, hooggevoeligheid, angst, burn-out, innerlijk kind, grenzen, pleasen, emotieregulatie, coping en triggers.
Je gaat lezen, luistert podcasts, zoekt verder of komt bij een huisarts, psycholoog, therapeut of andere hulpverlener terecht. Soms bij meerdere.
En sommige dingen helpen ook werkelijk. Misschien krijg je voor het eerst woorden voor hoe je je voelt of voor wat je hebt meegemaakt. Sommige dingen ga je misschien voor het eerst begrijpen.
Dagelijks spreek ik mensen die vaak al een behoorlijk lange weg achter de rug hebben. Soms jarenlang. En toch lopen ze in hun dagelijks leven nog steeds tegen dezelfde dingen aan.
In die gesprekken hoor ik wat iemand allemaal heeft gedaan. Welke therapieën er zijn gevolgd. Hoeveel iemand inmiddels over zichzelf, zijn geschiedenis, trauma’s en patronen begrijpt.
Maar wat iemand weet en begrijpt, vertelt mij nog niet wat er vanbinnen werkelijk beschikbaar is.
Iemand kan ontzettend veel over zichzelf weten en tegelijkertijd kan in de manier waarop iemand over zichzelf en zijn leven vertelt zichtbaar worden hoeveel van de aandacht nog steeds bij anderen en de wereld om hem heen ligt.
Wanneer je al vanaf jonge leeftijd hebt moeten voelen wat er bij anderen en om je heen gebeurde om veilig te zijn, kan die beweging naar buiten zo gewoon worden dat je haar zelf nauwelijks nog opmerkt.
Als kind zijn we voor emotionele veiligheid en co-regulatie afhankelijk van de mensen om ons heen. Wanneer dat ontbreekt, kan een gezonde innerlijke regulatie niet ontstaan.
Daarmee ontbreekt ook de basis van waaruit een eigen identiteit zich van binnenuit verder kan ontwikkelen.
Wat zich ondertussen rondom overleving vormt, kan door de jaren heen steeds meer gaan voelen als wie je bent. En naarmate dát steeds meer als jezelf wordt ervaren, raakt je eigen ik steeds verder uit beeld.
Zo worden we vanzelf ouder, maar niet alles groeit daarin vanzelf mee.
Iemand kan volwassen zijn, veel kunnen, weten en begrijpen, terwijl die volwassenheid vanbinnen niet overal beschikbaar is.
Wanneer iemand nog vanuit overleving leeft, blijft die overleving ook het vertrekpunt van waaruit iemand probeert verder te komen.
En vanuit die overleving blijft iemand zoeken naar veiligheid.
Wat vanbinnen nog altijd onveilig is, kan zichzelf die veiligheid niet geven. Daarvoor ben jij als volwassene nodig. Ook om aanwezig te kunnen blijven wanneer het vanbinnen opnieuw onveilig voelt.
Wanneer iemand tegenover mij zit, kijk ik eerst naar hoeveel van die volwassen aanwezigheid op dat moment werkelijk beschikbaar is.
Waar ligt iemands aandacht? Waar wordt veiligheid gezocht? Van waaruit beweegt iemand?
Als iemand nog voornamelijk vanuit overleving beweegt, ligt daar voor mij ook het begin. Bij wat er vanbinnen nog niet heeft kunnen ontstaan.
Dat vraagt niet om meer kennis, maar om een menselijke ervaring.
Daar begint voor mij co-regulatie. Ik blijf bij je en reguleer met je mee. Zo kan je lichaam ervaren dat wat je voelt ook weer kan zakken.
Vanuit die co-regulatie kan gezonde innerlijke regulatie langzaam vanbinnen ontstaan. En daarmee ook steeds meer veiligheid in jezelf.
Daardoor kun je steeds meer bij jezelf blijven wanneer er vanbinnen iets gebeurt.
Wanneer je steeds meer bij jezelf kunt blijven, hoeft er niets geforceerd of naar gezocht te worden.
We graven niet in het verleden en houden ons ook niet bezig met de toekomst.
Werkelijke verandering kan alleen plaatsvinden in het heden. Elke keer weer.
Wat zich laat zien, laat zich zien op het moment dat het ook gedragen kan worden.
Regulatie is niet het eindpunt. Wanneer je steeds meer aanwezig kunt blijven en kunt dragen wat er gebeurt, ontstaat er ook ruimte om werkelijk te ontmoeten wat al die tijd heeft moeten overleven.
Daarin ligt niet alleen wat je hebt meegemaakt, maar ook wat vanbinnen is ontstaan om daarmee te kunnen leven. Wat zich daarin laat zien, krijgt steeds wat het op dat moment nodig heeft.
Aan de ene kant verdwijnt er steeds meer van je overleving. Tegelijkertijd kan er vanuit je eigen aanwezigheid steeds meer vanbinnen ontstaan en groeien.
Er ontstaat meer draagkracht. Meer eigenwaarde. Je kunt steeds meer werkelijk van binnenuit voelen. Je grenzen worden niet langer iets wat je alleen weet, maar iets wat je ook vanbinnen kunt ervaren. Er komt ruimte om je eigen waarheid te spreken. Om keuzes te maken die werkelijk van jou zijn en je eigen richting te volgen.
Ook kwaliteiten die altijd al aanwezig waren krijgen steeds meer ruimte. Potentieel hoeft niet langer voortdurend achter overleving te liggen.
Steeds meer kun je bewegen vanuit wie je werkelijk bent.
Voor mij is dat identiteitsherstel.
Daar zit een natuurlijke volgorde in, maar niemand beweegt daar op dezelfde manier doorheen. Ieders geschiedenis is anders en iedere laag vraagt zijn eigen tijd.
Ontwikkeling laat zich niet afdwingen.

